Als jij niet meedoet doen anderen jou mee…Social media zijn!

Je bent, dus je doet mee. En als jij niet meedoet, doen anderen jou mee.
Daarom communiceert alles met iedereen. No escape. Je kent dat wel. “Ik doe niet aan twitter.” “Een beetje berichtjes sturen over wat je eet of hoe laat je van huis gaat.” Dat zei een docent op een ROC tegen me. We noemen hem voor het gemak even…. Karel.
Ik vroeg hem of hij wel eens had gezocht op zijn eigen naam. Of de naam van zijn school. Zoeken? Op twitter? Nee. Kan dat dan?
Ja je gebruikt gewoon een ‘hashtag’. Hashtag? Ja zo’n hekje. Ohhh dat zie je steeds vaker overal. Net als van die zwartwitte plaatjes met al die blokjes. Ahhh, een QR-code. Ehhhh ja, net zo iets, maar dan even anders.
Ik liet de bewuste docent even zien wat er allemaal over hem, over zijn school en welke leerlingen, uit zijn eigen klas, van alles over elkaar en soms ook (viel mee hoor) over hem zeiden. Volgens mij begon hij twitter te snappen. Ik nog maar een keer… “Je kunt het zien alsof je rondloopt door een dorp. Je vangt eens wat op van mensen die je niet kent. Je ziet is een bekende, die met iemand aan het praten is. Je vangt een flard van een gesprek op. En nog een. En nog een. En net als Radio. Op de achtergrond draaien de hele dag berichtjes, plaatjes, liedjes en als er iets is dat je aanspreekt, of je aandacht trekt? Dan praat je mee. Dat is anders.
Nog niet zo lang zat ik met een paar mensen ook hierover te praten. En vertelde eigenijk gewoon wat ik op twitter doe. Eigenlijk niet zo heel veel. Ik LURK wat. Post soms wat. Kijks soms naar trends en hou contact met de kinderen…. DAT IS HANDIG…. En leuk!! Wat ik vertelde was op zich niets bijzonders. Maar ze vonden dat ik hen iets opdrong. Nu zeggen mensen dat wel vaker als ik ergens enthousiast over praat. Maar ik ben eigenlijk helemaal niet enthousiast over twitter. Ook niet negatief.
Voor Facebook geldt het zelfde. Ik was ‘getagged’. Mijn hoofd. Met mijn naam. Had ik niet gedaan hoor!! Iemand anders. Tsss. Ik was op 11 maart, getagged, komend uit de supermarkt. Ik was daar. Een de hele wereld weet dat. Geen probleem hoor. Ik had niks onoirbaars gedaan. Maar denk eens door…. Enemy of the state…
Je bent getagt. Duizende keren op facebook, Google+ of wat dan ook. Jong, oud, met pruik, op een feestje, met een weekendbaardje. In allerlei gedaanten. Dan doe je een keer iets wat niet mag. Per ongeluk. Een keer. De ‘state’, of het bevoegd gezag, laat even camerabeelden (er hangen er….veel) vergelijken met de social media.
Als je dus van plan bent om over een jaar of 5 iets stouts (En ja, ook met mensen gezien worden, ook als is het onschuldig, kan heel grote gevolgen hebben) doen…. Begin dan nu maar vast met het blokkeren van het taggen, het uitsluiten van vrienden, het niet mogen plaatsen op timelines, het niet in G+ groepen willen zietten het …………

HET IS ER. EN OF JE HET LEUK VINDT OF NIET. HET GAAT NIET OVER. JE BENT DUS, JE DOET MEE!

Op naar de twaalfjescultuur

Artikel: Op naar de twaalfjescultuur?? Deel 1

Parantion is bezig haar website en daarmee ook de blog en de social media te vernieuwen. Deze blog van Roel Smabers gaat over alles wat te maken met menselijk gedrag. Op zich niet vreemd voor iemand die sociale wetenschappen als achtergrond heeft. Wat vooral de aandacht voor de zin en de onzin over hoe wij ons ontwikkelen. Hoe we nieuwe media gebruiken, hoe we met ons onderwijs omgaan maar ook hoe we in organisaties een poging doen om mensen te motiveren. Vaak met een knipoog soms serieus.
De blog zal met enige regelmaat worden bijgewerkt, maar dit artikel, dat enkele maanden geleden op de blog van Heino Logtenberg is verschenen heb ik voor deze gelegenheid toch nog even plaatsen.

Roel Smabers, directeur/eigenaar Parantion (www.parantion.nl)
Zijn we blij met hoe we nu toetsen? Allemaal tevreden met de mogelijkheden die systemen bieden? En het gemak? Niet echt. Maar er is niks beters, hoor je dan. Het is op zich niet nieuw dat systemen nooit precies aansluiten bij wat we in de praktijk nodig hebben. Zeker niet als die praktijk verandert.
Vaak ligt de oorzaak in de erfenis, of ‘legacy’ van de systemen, maar ook van de organisaties. Processen stammen nog uit de tijd van de boekdrukkunst en zijn afgestemd op het verwerken van papier. Ik veroordeel dit niet, maar constateer het. We automatiseren de werkelijkheid die is gebaseerd op een papieren tijdperk. We automatiseren de cursus-gedreven onderwijscultuur en perfectioneren dit steeds verder.
Ik loop zelf rond in deze wereld en zit steeds meer met de vraag of dit niet een heel suboptimale weg is? Om te voorkomen om dan in een onuitvoerbare academische discussie te geraken, loop ik zo wat van de vragen die dit oproept langs, en beschrijf ik wat ontwikkelingen die volgens mij wel de goeie kant op gaan.
In dit artikel kijk ik naar toetsen en beoordelen. Wat is dit voor vreemd fenomeen, bekeken vanuit een wat meer sociologisch perspectief? Vandaaruit blik ik wat vooruit, uit de brainstormsessies die ik de afgelopen maanden heb gehad met een aantal mensen die ‘iets hebben met toetsen’ , vooral in de Zorg maar ook in andere onderwijstakken. Een paar nog ruwe, oude, nieuwe en andere ideeën.
Perspectief
Vorig jaar op de Educause zei een spreker over gaming: onderwijs is eigenlijk één grote game. Wij hebben er alleen een hele slechte van gemaakt.
Als ik terugkijk op naar mijn eigen opleidingsjaren, dan begon school pas te leven in de stages. Toen begreep ik waar al die theorie, die nog was blijven hangen, voor nodig was. En pas toen ik zelf een keuze kon maken voor een opleiding die bij me paste, kwam ik uit de 6-jes regen. Ik kreeg zowaar lol in leren.
Er lijkt een verhouding te zijn tussen (intrinsieke) motivatie en wat we van het systeem moeten en de praktijk betekenis van het leren (context rijk leren). Hoewel niet wetenschappelijk bewezen lijkt het op de onderstaande figuur.

Dus de mate van vrijwilligheid, en de relatie met het nut zijn van belang. Op zich is de gedachte van het competentie-leren in theorie dan zo gek nog niet. Leren in de context van de (beroeps)praktijk. Aansluiten bij de praktijk. Alleen hoe meet je de resultaten? Hoe organiseer je het onderwijs? En hoe zorg je dat docenten er mee uit de voeten kunnen. Ze hebben namelijk steeds meer geleerd om een deelgebied te doceren.
En zoals Edgar Schein al zei: als je een olifant doormidden knipt, krijg je geen twee kleine olifantjes, maar een enorme smeerboel. Helaas weten we inmiddels dat het begrip competentie behoorlijk ‘besmet’ is. Waar we voor op moeten passen is dat deze besmetting niet overslaat op de innovatie.
Innovatie
Is hiermee ook de onderwijs innovatie failliet? Gelukkig niet. Wel zijn bijna alle innovatiemanagers wegbezuinigd, is het woord innovatie uit alle projecten geschrapt en is de meeste lucht uit de projecten gefietst.
Wat overblijft zijn, als je alle projecten los van elkaar bekijkt, projecten die praktisch bruikbaar zijn en vaak goede ideeën opleveren. Het wordt pas echt interessant als je al die projecten naast elkaar legt. Je ziet dan in grote lijn waar het naar toe lijkt te gaan.
Hieronder volgt een paar voorbeelden van projecten. In deel twee gaan we in op de integratie en waar het naar toe gaat…
• Peer review TU Delft: http://maderuijter.weblog.tudelft.nl/2011/06/14/update-van-de-peer-evaluatie-tool
• Doorstromen in de keten: publicatie en presentatie volgt op de Surf Onderwijs Dagen. Een project waarin doorstroming van MBO naar HBO in beeld is gebracht. Met name het koppelen van kwalificaties van de twee opleidingen en matchen van die kwalificaties van studenten aan een project en zo een optimaal team met HBO-ers en MBO-ers te formeren. Bij dit project zijn de Hogeschool Utrecht en Saxion vanuit competenties te blijven denken en toch een bruikbaar meetinstrument te ontwikkelen. De complexiteit is dat competenties wel te meten zijn, maar dan zoveel indicatoren om de hoek komen kijken, en er zoveel gescoord moet worden dat het administratief niet meer te doen. Het ZelCom model, dat als een soort DNA van een ‘toets’, (toets in dit geval als theorietoets, praktijkopdracht, stage) en van het te toetsen object. Dit model zal overigens later dit jaar een uitgebreid artikel over verschijnen.
• Personal Development Portfolio: 26 verschillende curricula met allemaal hun eigen toets- en beoordelingsformulieren voor alle specialismen in een ziekenhuis. Een leeromgeving op maat en toch beheersbaar.

Een doorkijkje van waar het naar toe gaat
Zoals gezegd zal ik in deel 2 van dit artikel proberen hier een beeld van te kunnen schetsen. Na de zomer gaan we aan de slag met een aantal projecten waarin de integratie van belang is. Enquête achtige oplossingen, gecombineerd met itembanken, waar social media achtige oplossingen helpen om met elkaar vragen te maken en te ‘ranken’, matching van kwalificaties met opdrachten en combinatie van dit alles in een persoonlijke mobiele omgeving waar weer collectief data uitgehaald kan worden voor onderzoek en toetsen ingezet kunnen worden.


Dit artikel werd voor een blog te lang. Dus heb ik het in twee stukken geknipt. Deel 2 volgt.

Europese aanbesteding stoelmassage

Ik weet het niet hoor. Een van onze grootste ministeries (verkeer en waterstaat) heeft ‘m op de aanbestedingskalender gezet.
Nu ben ik als werkgever, en als HRM-man, en als socioloog, en als mens voorstander van goede arbeidsomstandigheden. En toch als je dit leest…..

3/8 * Ministerie van Verkeer en Waterstaat *
Kenmerken: Diensten, Aankondiging opdracht, NL + EU, met contractdocumenten
Omschrijving: Europese aanbesteding stoelmassages VenW/SSO/2009-9 http://www.aanbestedingskalender.nl/noticedetails.aspx?id=091b6476-4d76-41c0-9f42-bfa48239229d&src=not

Een ADHD-vader?

Twee jaar oud. Uw kind heeft moeite met het uiten van emoties…..

Dat ik boven mijn 40e nog vader wordt. En nog wel ADHD-vader. Begrijp me niet verkeerd. Geen bevalling, gee roze wolk, geen getut, of flesjes. Nee van de een op de andere dag ben je ‘onbevlekt’ adhd vader. Je leest eens een boek. Je hebt een ‘druk kind’. Net als veel anderen. Vooral jongens vind ik zelf nog wel eens best druk. En ik kan het denk ik best een beetje weten.
Ik geef namelijk ook voetbaltraining aan de F-jes die inmiddels E-tjes zijn geworden. Ik kan dus enigszins vergelijken.

Het begint al met de vraag: moet je er wel over schrijven? Kun je er wel over schrijven? Mag je er wel over schrijven? Het gaat namlijk over iemand anders. Is hij daar wel bij gebaat? Nu, later?
Ik heb besloten om wat ervaringen te delen. Vanuit mijn eigen beleving.

Het doet me gewoon wat. De een schildert, de ander kleit; ik schrijf als iets me wat doet.

Ik ben niet zielig. Ik voel me ook niet zielig. In tegendeel. Ik leer heel veel. Da’s niet gemakkelijk. Want ik ben ook niet de geduldigste. En ik uit ook nog wel eens ongezouten mijn frustraties.

Ik ga de komende weken meer schrijven. Onderwerpen zijn:
* Wat doe je als je voor het eerst bij een Psychiater komt en de pillen staan al klaar?
* Wat doe je als er ineens een deuk in iemands auto zit, en de eigenaar zegt dat ‘hij’ dat deed.
* Wat doe je een vader op 5 centimeter afstand voor zijn gezicht tegen je kind zegt dat hij een ‘rotkind’ is
* Hoe reageer als iedereen zegt dat het zo’n leuk kereltje is en dat je niks aan hem merkt…
* En wat is ADHD eigenlijk echt?
* Mijn ervaring met onze ADHD-Coach
* Maar ook hoe je aan je zelf kunt twijfelen als je juf op school vertelt dat ‘hij’ al weer een kind heeft ‘gemept’. En het andere kind deed weer niks.
* Het mooiste voorbeeld: stel je voor dat je twee keer hebt geserveerd met tafeltennis, je wisselt van opslag en…. je bent de tel al weer kwijt….
* En wat als een kinderdagverblijf meldt dat je kind van twee ‘moeite heeft met het uiten van emoties’. ….. EEN KIND VAN 2!!!

Wordt vervolgd….

De belastindienst: “voor jou tien anderen”

Leuker kunnen ze het niet maken, makkelijker misschien, maar dat geldt kennelijk niet voor iedereen.
De kredietcrisis is mij niet vreemd. Wij hadden met ons bedrijf in 2002 al een forse kredietcrisis. Het verschil is dat wij er toen voor mijn gevoel alleen voor stonden. Hoe hard we ook schreeuwden: niemand hielp. Ja, vrienden, kennissen en zelfs klanten. Maar de overheid… We zijn er nu als een zeer gezond en sterk bedrijf uitgekomen.

Moeten we dan niet in tijden van kredietcrisis de bedrijven die om hulp schreeuwen, gewoon zelf hun boontjes laten doppen? De economie stimuleren door de consument te steunen en kredieten beschikbaar stellen, maar bedrijven tegemoet komen…..?

Hoe ging dat in 2002 bij Parantion?
Een internetbedrijf start in 2000. In de hele wereld en in Nederland, onder aanvoering van Nina Brink, stort de hele ICT markt in elkaar. Wij waren net een internet product aan het ontwikkelen. Daar was markt voor, maar het was wel erg nieuw allemaal. Enquêtes via internet. Een paar klanten hadden we al. De voorlopers. We hadden een paar honderd duizend Euro geïnvesteerd. Karel en ik. We hadden een paar mensen aan het werk en die hadden een paar gezinnen te eten te geven.

De belasting die we moesten betalen hadden we gebruikt om een ronde salarissen te betalen. Zelf hadden we een bescheiden inkomen. Samen met Karel was ik directeur en onze beide ouders hadden ons opgevoed dat je je netjes aan de regels moet houden. Vooral als het om geld gaat.
Een paar maanden. De inspecteur aan de deur. En nog een. En nog een keer.
Op een gegeven moment kende ik de belastinginspecteur bij zijn voornaam…. en achternaam….. De deurwaarder kende we ook. Stegeman. Hij liep met zijn blocnote door ons bedrijfje. Daar een laptop, een bureaustoel, een printer. Alles schreef hij op. Een week later kwam hij terug. Nog eens tellen. En de sticker. Op de deur. We konden net op tijd een paar duizend euro ergens lenen. Zelf klanten leenden ons geld. En vrienden.

En toen kwam de uitnodiging. De inspecteur in Almelo. Een nieuw uit marmer opgetrokken gebouw. Een klein mannetje. Natuurlijk. Met snor.
Ik: kunnen we nog een paar weken uitstel krijgen.
Belastingman: daar kan ik niet aan beginnen meneer.
Ik: maar we hebben net een paar ton geïnvesteerd….
Belastingman: regels zijn regels. Stel dat iedereen zou vragen om uitstel. Dat zou een mooie boel worden.
Ik: maar we hebben een grote klant die binnenkort betaald. Dan zijn we erdoor.
Belastingman: we hebben net van de staatssecretaris de opdracht om streng op te treden.
Ik: we hebben vier medewerkers op de loonlijst. Drie hebben een gezin. Als u twee maand uitstel verleent zijn wij op alle fronten geholpen. Wij gaan niet failliet. Onze leveranciers krijgen hun geld en de medewerkers ook. Uiteindelijk is de belastingbetaler ook beter af.
Belastingman: Daar kunnen wij geen rekening mee houden.
Ik: en die gezinnen? Interesseert u dat niet?
Belastingman: Nee. Die vinden wel weer wat anders. Wat u niet meer doet, wordt wel door een ander gedaan.
Ik: …….
Met tranen in mijn ogen stond ik op de stoep in Almelo…. Samen met mijn boekhouder. Veel erger kan niet.

Wordt vervolgd…..
De bank leent ons nu geen geld. Onze solvabiliteit (zegt iets over hoe financieel gezond het bedrijf is) zou er onder lijden. Die is zo’n 50%. Die van de bank zelf is 7%…?

Lijden competenties onder elektrosmog?

Na 20 jaar kunnen competenties eenvoudigweg niet meer hot zijn. Of toch? Beleven competenties hun ‘second wind’ of herkansing? Jarenlang hebben we niet echt geweten wat te doen met competenties. We begrepen wel aardig wat het was. We begrepen dat het belangrijk was en dat het een andere kijk was op de wijze waarop mensen hun carrière doorlopen en dat het een beschrijving van de werkelijkheid was die dichterbij de realiteit stond dan de modellen die tot dan toe werden gehanteerd. We begrepen ook dat als we dit concept zouden begrijpen, dat we het ook zouden kunnen ‘implementeren’ en dus ook kunnen ‘managen’.

Managen is goed. Dat betekent controle, grip, sturen en kapitaliseren. Weet u bijvoorbeeld hoeveel uw eigen kennis waard is? X keer uw jaarsalaris? Of weet u hoeveel de kennis van uw bedrijf waard is? De waardebepaling van dit soort softe’ zaken dient meestal één doel: een financieel doel. Het maakt bijvoorbeeld veel uit als u bij een bank aanklopt voor de verhoging van uw hypotheek wat uw kennis waard is. Een HBO-opleiding is al gauw goed voor 50.000 Euro. Het maakt bijvoorbeeld ook uit als uw bedrijf naar de beurs gaat. Met een hoop competenties op de bank is een aandeel veel meer waard dan de standaard X keer de winst, of X keer de omzet.

Worden competenties dan zo anders gewaardeerd dan ‘vaste’ dingen of materiële zaken? Laten we eens nagaan hoe dat ook al weer zat met de UMTS licenties voor de nieuwe mobiele telefonie standaard in Europa? Miljarden werden geboden voor een vergunning om op een stukje bandbreedte in de ether te mogen bestrijken. Maar wat zijn deze vergunningen waard als inderdaad blijkt dat uw hersenen vanwege ‘elektrosmog’ toch langzaam opwarmen?

Wat waren competenties ook al weer? Laten we de veelgebruikte definitie hanteren. Een competent iemand bezit een set van kennis, houding en vaardigheden die zorgen dat iemand succesvol kan zijn in relatie tot het werk. Competenties liggen dus ten grondslag aan succesvol gedrag. Een groot deel daarvan vindt haar oorsprong in uw hersenen. We noemen dat ook wel simpel het ‘HOE’ van uw functioneren. Dit in tegenstelling tot het ‘WAT’ , dat door middel van uw functieprofiel is vastgelegd. Het ‘wat’ wordt bepaald door drie andere aspecten: taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden en benodigde opleidings- en ervaringsniveau.

Gelukkig worden er steeds betere geautomatiseerde kennis- en competentiesystemen ontwikkeld. Dat is maar goed ook. Competenties van mensen worden gemonitord, gemanaged en opgeslagen in een competentiesysteem. Documenten, presentaties en andere publicaties worden opgeslagen in document-management systeem. Een probleem blijft echter de echte ‘hand-vaardigheden’. Deze kunnen wel worden gestimuleerd en ontwikkeld, maar kunnen nog niet gemakkelijk worden opgeslagen. De competentie van een auteur bijvoorbeeld. Hoe leg je die vast? Er is toch een ongrijpbaar en uniek persoonsafhankelijk deel dat onder die hersenpan zit en nergens kan worden opgeslagen.

U voelt hem misschien al aankomen. Dat zijn diezelfde hersenen die mogelijk langzaam worden opgewarmd als een gezellige magnetronmaaltijd. Weer een extra competentie-inflatie dus of juist niet? Misschien zijn warme competenties wel beter dan koude….

Elektrisering hoogtepunt: het waxine lichtje

Stelt u zich voor: 2000 mensen op een beurs, met hun hoofd lichtjes naar beneden gebogen, schichtig heen en weer bewegend. Zoekend naar een stopcontact. Een stopcontact is een moderne truffel geworden. Of eigenlijk gedraagt een mens die een beurs bezoekt zich net zo als een beest dat naar truffels zoekt. De online-educa in Berlijn bijvoorbeeld. 2000 deelnemers met elkaar in debat over het toekomstige onderwijs. En allemaal op zoek naar een stopcontact…. Voor het opladen van de laptop.
Het is natuurlijk geen rocket science dat er door dat alles elektroniseert, steeds meer dingen stroom nodig hebben. De gevolgen kunnen best bizar zijn.

Een goede vriend van me, die in een eerdere blog als ‘Karel’ is geïntroduceerd, de gadget-junk, weet, van alle Mc-Donalds vestigingen in Nederland en van een stuk of 30 in Europa, waar de stopcontacten zich bevinden!!

De meeste vreemde dingen hebben tegenwoordig stroom nodig. Een schoolbord bijvoorbeeld. Geen krijt maar een heel laf en kwetsbaar pennetje. Probeer eens een goeie dikke watervaste stift op een modern schoolbord… Of wat dacht u van het elektrische ‘waxine-lichtje’? Of de laptop propellor. Een van de mooist voorbeelden van elektronisering zit in het fototoestel of de richtingaanwijzer van de auto. Het digitale fototoestel maakt niet meer dat traditionele ‘Klak’ geluid. Dus is er een geluidje en een luidsprekertje ingebouwd. Het ziet er naar uit dat innovatie ook betekent: het nabouwen van het verleden.

Digital immigrants & digital natives (2)

Eén januari hoop ik klaar te zijn met het manuscript van mijn nieuwe boek. Online onderzoek. Hoe doe je een goed onderzoek en vooral online. Het gaat uitgegeven worden door Academic Service (een van de SDU-brands). We zijn druk bezig met de voorbereidingen. Op dit moment heb ik drie mensen (docenten uit het HBO) bereid gevonden om ‘tegen’ te lezen. Corinne is druk bezig met het achter de schermen zaken te regelen en ik ben aan het schrijven. Mocht je onderzoeker zijn, of op een andere manier iets te maken hebben met onderzoek en geïnteresseerd zijn in literatuur daarover: reageer dan even op dit artikel. We zouden graag met een team van docenten van Hogescholen en Universiteiten contacten leggen. Meelezen, commentaar leveren, een hoofdstuk schrijven, corrigeren, of er gewoon een keer over meepraten. In januari organiseren we een bijeenkomst met alle geïnteresseerden.
Vandaag was ik bij een Hogeschool. Daar zat ik met onze stagiaire Jelleke (je weet wel, onze stagiaire die beroemd gaat worden na haar Idols avontuur.
Het plaatje dat ik op de hogeschool aantrof was een perfecte verbeelding van de ‘digital-native’. Vijf studenten met elkaar aan een tafeltje in de ‘schoolkroeg’. Keuvelend, pinda’s, biertje, wit-wijntje en…….twee laptops op tafel. Onder het gezellig keuvelen zat een van de dames te chatten via msn, de ander online te gamen. De Hogeschool is namelijk in zijn geheel wireless-enabled.

Digital Immigrants in een Hogeschool cafe...

Wordt vervolgd….

Te kleine vleugels kun je beter weigeren….een metafoorwoord.

Waar gaat deze blog over?
Dat vroeg ik me nou ook af. Het gaat eigenlijk over van alles en nog wat. En dat moet anders. Een blog met een rode draad gaat het worden.

Wat doen mensen met elkaar en hoe doen ze dat. Daar gaan we het over hebben. En dan vooral met de blik op de toekomst of kijkend naar de bizarriteiten op straat, op het werk of in de media. Je zou haast zeggen dat het geschreven zou kunnen zijn door een socioloog met een technische en een HRM achtergrond. En dan vooral de bijzondere dingen. Zo bedachten we onlangs met z’n vieren waaronder Yvonne Kleefkens, in een bespreking het metafoorwoord. We wilde een inleiding op projectvoorstel maar die zijn altijd zo saai en nietszeggend. Weer een nieuw begrip. Net als zelfleefzaamheid, een term die Parantion eerder bedacht.

Maar hoe zit dat met die vleugels? Ooit hadden we het over de Bertelsmann-shuffle. Bertelsmann, een van de grootste uitgeverijen in de wereld was de moedermaatschappij van een organisatie waar ik rondliep. Als er dan ergens een directeur volgens zijn, of heel soms haar, baas niet naar wens functioneerde kreeg hij een ‘Bertelsmann-shuffle. Ik zat in een bespreking met twee directeuren van het bedrijf. In het jargon van dat bedrijf (waarvan ik de naam even niet noem), ging dat gesprek als volgt: Ik zat in een meeting met twee ceo’s van de company. In de company was een CTO die niet functioneerde. “Nou, zei een van de CEO’s, dan passen we toch een ‘Bertelsmann-shuffel’ toe. Ik vroeg in al mijn onschuld wat dat dan is. “Nou, zei de bewuste CEO, je geeft hem een nietszeggende functie of project, een bureau, een auto en een secretaresse voor een aantal jaren, en hij kan geen kwaad meer doen. Dat is goedkoper dan een dure afvloeiingsregeling.

Het zelfde overkwam me onlangs. Bij een grote organisatie functioneert een directeur niet goed. Ontslag is te duur. Dan maak je hem gewoon directeur interne prjojecten. Klinkt goed. Een werkplek, een taak (maar geen budgetverantwoordelijkheid en geen mensen) en het voelt als een promotie. Geen resultaat verantwoordelijkheid. Vrij als een vogel. Wie wil dat nou niet. Een vogel met vleugels die te klein zijn om te vliegen…. mmmm.

Snackje scoren? Fsho!

Hoe maak je een goeie vragenlijst? Deze vraag krijgen we steeds vaker. Soms is deze vraag heel eenvoudig te beantwoorden maar soms ook niet. Het lijkt een beetje op de vraag: “ik wil een auto kopen….welke moet ik kopen?” Dat is niet een twee drie te beantwoorden. Maar er is wel heel wat over te zeggen.
Wat zich heel duidelijk aftekent is een onderscheid in waarvoor een online onderzoekstool voor wordt gebruikt. Ruwweg is dit onder te verdelen in vier categorieën.

De eerste is: men wil gewoon iets vragen aan een aantal andere mensen. De tweede categorie heeft een wat vaster doel: men wil een opleiding evalueren of een aantal mensen wat vragen stellen ter voorbereiding van een congres. Hieronder valt ook een groot deel van de peilingen op websites, burgerpeilingen of de fun-onderzoeken zoals je deze bijna dagelijks op de radio hoort. De derde categorie zijn de onderzoeken waarbij het van groot belang is dat hetgeen er gemeten wordt ook klopt. De vierde categorie zijn de wetenschappelijke onderzoeken.
Bij de eerste drie is meestal het begrip steekproef niet van groot belang. Bij een onderzoek onder uw eigen klanten is er helemaal geen sprake van een steekproef. U stuurt de vragenlijst naar uw klanten. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor een onderzoek onder uw leerlingen.

Tegenwoordig zien we dat marketingmanagers, kwaliteitsmanagers veel zelf meten. In onze ogen gebeurt dat ook vaak heel aardig. Met name in de eerste twee categorieën en soms ook in de derde.
De vierde categorie is nog steeds het werkterrein van onderzoekers, maar ook daar is steeds meer discussie. Klanten willen steeds sneller de eerste resultaten zien. Of het nu een gemeenteraad is, een ministerie of een marketing afdeling van een bedrijf.

Wel zien we steeds meer patronen terug in de duizenden onderzoeken die met de Parantion Web Survey zijn uitgevoerd en zien we wat wel en niet werkt. Natuurlijk heb je de bekende do’s en don’ts. En dan heb je natuurlijk heel duidelijke verschillen tussen een internet vragenlijst en een traditionele papieren vragenlijst. Tot slot is er nog een rijtje inhoudelijke en persoonlijke voorkeuren. De ene onderzoeker zweert bij een vijf-puntsschaal; de ander bij vier.

De komende nieuwsbrieven zal ik in een aantal afleveringen de ‘best practices’ van het maken van een goede vragenlijst langslopen. Do’s en don’ts, verschillen tussen internet en papier, inhoudelijke en persoonlijke voorkeuren.

Een paar tips uit de losse pols. Als richtlijn hanteren wij een aantal van 40 vragen. Het ‘afhaak’ effect treedt vaak op na enkele minuten. Korte vragen is er ook zo een. We zijn vaak het langst bezig om vragen zo te herschrijven dat ze hetzelfde betekenen, maar in één zin van 10 woorden past. Vooral onderwijzers, docenten en beleidsmedewerkers willen vaak heel veel uitleggen aan de lezer. Taalgebruik is dus van groot belang…En het liefst aansluiten bij de doelgroep.

De ‘lezer’ bestaat alleen niet meer. Men graast of snackt… of men ‘praat afro…’
Ik heb van het weekend weer een ‘snackje’ gescoord. Zomaar een zin uit een gesprek tussen twee afstudeerders op maandagochtend bij Parantion. Ik heb het idee dat we de tijd van ‘vet-cool’, ‘lauw’ of ‘strak’ definitief achter ons laten. Een vrouwelijke student scoort een snackje. En dan kreeg ik afgelopen week als antwoord op een skype bericht:

Roel: 20:44:49 Ging het goed?
Peter: 20:45:03 fsho
Roel: 20:45:13 fsho?
Peter: 20:45:41 das afro voor zeker weten (spreek uit als foorsho)
Roel: 20:45:51 ah…
Roel: 20:45:55 fsho
Roel Smabers: 20:46:02 ok
Peter: 20:46:03 generatiekloooooof
En dan moet ik van de overheid meekijken met mijn kinderen op de MSN….